Online basisgrammatica van het Nederlands 1


Op deze pagina's vind je de essentie: de basisgrammatica Nederlands die je nodig hebt om vlot Standaard Nederlands te spreken:

Essentie van de Nederlandse grammatica voor dagdagelijks gebruik. Je hoeft deze grammatica zeker niet van buiten te leren, dat is contraproductief! Daarom staat hier ook geen grammaticaregel bij.

Hier ontdek je zelf de basisgrammatica van het Nederlands door de structuur van de voorbeelden te herkennen.

Structuren van een taal ontdekken en herkennen is boeiender en heel veel efficiënter dan een regel leren.

Zo heb je ook je moedertaal geleerd en zo leer je ook het snelst Nederlands begrijpen en spreken.


Op deze pagina, Nederlandse basisgrammatica online 1 :

- hoe duid ik iemand aan? Persoonlijke voornaamwoorden in het Nederlands.

- wat zijn de 2 meest frequente werkwoorden in het Nederlands en hoe vervoeg je die?

- hoe stel je een vraag? Vraagwoorden en vragende zinnen.

- wat zijn de meest frequente Nederlandse voorzetsels?

- hoe druk ik me in het nu uit? En voor toekomstige gebeurtenissen?

- hoe bezit uitdrukken?

- hoe iets aanduiden?

- wat is de basisstructuur van de eenvoudige Nederlandse zin?


Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Grammatica van het Nederlands: Hoe duid ik personen aan in het Nederlands?

Wat zijn de 2 meest frequente werkwoorden? En, hoe vervoeg je die?

Nederlandse persoonlijke voornaamwoorden (pronomen personale) en vervoeging van 'zijn' en 'hebben' :


'Zijn' in de tegenwoordige tijd (presens) :

 

Singularis:

1.  Ik ben Richard.

2. Je bent jong. Ben_ je jong?

  • U bent vroeg Meneer Jansen. Bent u vroeg?

3. Hij is een man.

  • Zij is een vrouw. Het is warm

Pluralis:

1. Wij zijn blij.

2. Jullie zijn nog jong.

3. Zij zijn vrouwen en mannen.   


Hebben’ in de tegenwoordige tijd (presens):

Singularis

1. Ik heb honger.

2. Je hebt dorst. Heb_ je dorst?

  • U hebt kinderen Mevrouw Pieters. Hebt u kinderen?

3. Hij heeft blond haar.

  • Zij heeft een poes. Het heeft honger.

Pluralis

1. Wij hebben een fiets

2. Jullie hebben geluk

3. Zij hebben een auto.       

 


Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Hoe stel je een vraag?

Nederlandse spraakkunst, vraagwoorden (pronomen interrogativum):

Waar woon je? Ik woon in Brussel.                                    

Wat is dat? Dat is een tafel.

Wat zijn je hobby’s? Aikido en wandelen.

Wie is dat? Dat is Jan Jansen.

Wie zijn dat? Dat zijn Mijnheer en Mevrouw Pieters.

Hoe oud ben je? Ik ben 30 (dertig) jaar oud.

Hoe laat is het? Het is 10 (tien) uur.

Hoeveel broers en zussen heb je? Ik heb 2 broers en 1 zus.

Hoelang werk je al bij de Commissie? Ik werk al 5 jaar (lang) bij de Commissie.

Waarom leer je Nederlands? Ik leer Nederlands voor mijn werk.


Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Nederlandse Spraakkunst,

Hoe vraag je zonder vraagwoord?

Bent u Jan Jansen? Ja, ik ben Jan Jansen.

Zie_ je die vogel? Dat is een mus.

Komt Karel hier vaak? Ja, hij komt eens per week

Tennis_ je? Neen, ik voetbal.

Is Jan thuis? Neen, hij is op het werk.


Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Nederlandse grammatica:

Voorzetsels (preposita)

Op:  Jan zit op de bank. Ik werk op kantoor. De kinderen zijn op school. We zijn op vakantie.

Uit:  Ik kom net uit de douche. Ik haal het bier uit de kelder. Ik neem het dossier uit de kast.

In Karel zit in de zetel. De auto staat in de garage. Het staat in de krant.

NaarWe gaan naar Brussel. Ze brengt de kinderen naar school. We gaan naar de bioscoop.

Tegenover: Het gemeenthuis is tegenover de Kerk.

Naast: De keuken is naast de woonkamer.

Bij: Mama is bij haar vriendin. De kinderen overnachten bij vriendjes.

Van: Dat boek is van Jan. Die auto is van de baas. Dat is de kamer van Jan.

Tussen:   De kamer van Jan is tussen die van Kris en Klara.

Voor:   De auto staat voor het huis. Voor ik vertrek drink ik een kop koffie.

Achter:  Achter het huis is de tuin.

Na:   Na de lunch doen we een wandelingetje.



Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Hoe gebruik je een werkwoord in het nu? Basisgrammatica van het Nederlands: presens, de tegenwoordige tijd.

Werken = werk + en

Singularis : 

1. Ik werk bij de Europese Commissie.

2. Je werkt veel. Werk je veel? 

  • U werkt veel. Werkt u veel?

3. Hij werkt in Brussel. Zij werkt in Charleroi. Het werkt niet.

Pluralis:

1. Wij werken allebei

2. Jullie werken samen.

3. Zij werken bij het Europees Parlement.


Schrijven = schrijv + en

Singularis

1. Ik schrijf je morgen een brief.

2. Jij schrijft me dan terug.  Schrijf je ?

  • U schrijft het verslag Mijnheer Jansen. Schrijft u het?

3. Hij schrijft een nieuwjaarsbrief naar zijn peter. Zij schrijft niet mooi.

Pluralis

1. Wij schrijven samen een verslag.

2. Jullie schrijven een eindwerk.

3. Zij schrijven nieuwjaarskaartjes.


Lezen = le-z + en  

NB 1. de klank is lang, ee, (open lettergreep = er volgt maar één medeklinker)

Singularis

1. Ik lees graag.

2. Je leest de krant van vandaag. Lees je de krant?

  • U leest veel. Leest u veel?

3. Hij leest het weekblad van vorige week.

Zij leest morgen een vakartikel.

Pluralis

1. We lezen stripverhalen.

2. Jullie lezen boeken.

3. Ze lezen een damesblad. 


Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Hoe gebruik je de presens ook voor de toekomst?

Morgen werk ik in Brussel en volgende week ben ik op vakantie. En volgend jaar verhuis ik naar Nederland.


Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Hoe druk je in het Nederlands bezit uit? Bezittelijke voornaamwoorden (pronomen possessivum).

Mijn naam is Richard.

Hier is je ticket. Hier is uw ticket, Meneer Jansen.

Karel is een man. Karel is zijn naam. Dat is zijn laptop en dat is zijn collega.

Karin is een vrouw. Karin is haar naam. Dat is haar laptop en dat is haar collega.

Daar gaat de trein. We hebben onze trein gemist.

Daar is het vliegtuig. We hebben ons vliegtuig gehaald.

Jullie kamers zijn boven.

Hun kamers zijn beneden.


Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Hoe duid ik iets dichtbij of verder aan? Aanwijzende voornaamwoorden (pronomen demonstrativum).

Wanneer gebruik je 'die' en wanneer gebruik je 'dat'?


Hier

de: In deze krant staat een foto van onze baas.

het: Op dit kastje staat een foto van ons bedrijf.


Daar

de: Die dame is onze secretaresse.

het: Dat kind is ons kind.


Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Wat is de basisstructuur van de Nederlandse zin?

Waar staat het werkwoord? Waar staat het subject?

Karel gaat volgende week met vakantie.

Volgende week gaat Karel met vakantie.

De kinderen logeren volgende week bij hun vriendjes.

Volgende week logeren de kinderen bij hun vriendjes.

Piet en zijn vrouw gaan op vakantie. Waar gaan ze op vakantie?

Mijn secretaresse en haar man verhuizen naar Rome. Wanneer vertrekken ze?

Gaan ze op vakantie?

Verhuizen ze naar Rome?

U vertrekt morgen. Hoe laat vertrekt u morgen? Werkt u morgen nog?

Je vertrekt morgen. Hoe laat vertrekje morgen? Werk_  je morgen nog?



Je hoogopgeleide baas, collega, vriend of partner, of jij zelf, leert in 1 intensieve cursusweek Nederlands of 3 weekends met volledige onderdompeling in het Nederlands en intensieve persoonlijke begeleiding evenveel Nederlands als tijdens 1 jaar avondcursus of groepsonderwijs.

2 Niveaus verder volgens het Europese referentiekader taalvaardigheid kan bij ons in één week intensieve privécursus Nederlands.


Persoonlijk aangepaste privé lessen. Volledige onderdompeling in het Nederlands.  Nadruk op gesproken Nederlands begrijpen en vlot Nederlands leren spreken. Boeiende gespreksthema's die jezelf en je situatie betreffen zijn noodzakelijke ingrediënten voor een efficiënte intensieve privécursus  Nederlands op maat die boeit en motiveert.

Dan wil je je ervaring, mening, opinie, meedelen, je vragen stellen, je ideeën uitwisselen.


Als je in het Nederlands wil communiceren over wat je aanspreekt, boeit en bezig houdt, wil je zo snel mogelijk Nederlands leren.

Vocabulaire, correcte uitspraak en zinsconstructie gaan er dan vanzelf in.

Ze zijn geen doel meer maar middel tot uitwisseling, gesprek, dialoog, elkaar leren kennen en van ideeën wisselen.

Je krijgt intensieve persoonlijke themagecentreerde begeleiding, je tempo wordt gerespecteerd, gespreksthema's zijn jouw thema's.

Tijdens zo'n intensieve privé-cursus Nederlands leer je van in het begin in het Nederlands denken, Zonder die tijdrovende omweg over vertaling waardoor je nog maar halfweg bent als je gesprekspartner zijn zin al af heeft.

En, tijdens pauzes, middag- en avondmaal is er extra gelegenheid tot ongedwongen conversatie in het Nederlands met je privé leraar en boeiende mensen uit het plaatselijk sociocultureel milieu.

Je leert niet alleen Nederlands, je leert de Nederlandstalige mentaliteit kennen van binnen uit, door natuurlijke ongedwongen gesprekken over mensen en de samenleving in Vlaanderen en Nederland, over onze gewoonten, waarden en thema's, wat ons nauw aan het hart ligt, hoe we zijn.


Tijdens zo'n intensieve privé-week Nederlands leert je baas, collega, vriend of partner niet alleen Nederlands, hij of zij leert ook onze sociale grammatica: gebruiken, gewoonten en omgangsregels.