Online basisgrammatica van het Nederlands 2


De essentie van onze Nederlandse grammatica voor hoogopgeleide anderstaligen (NT2):

het noodzakelijke wat je collega, vriend of baas nodig heeft om vlot Standaard Nederlands te spreken:

Deze basiscursus grammatica van het Nederlands toont je onze grammatica door voorbeelden.

Je ziet de structuur van het Nederlands. Daarom staan hier ook geen regels. Grammaticaregels van buiten leren helpt niet.

Zo heb je je moedertaal niet leren spreken en zo leer je ook niet snel  en efficiŽnt Nederlands.

Nederlands leer je door luisteren, imiteren en zo snappen. Vertrouw liever op de creatieve ontevredenheid van je hersenen.

Zoals toen je je moedertaal leerde. Dat gaat het snelst. Richard helpt je daarbij.


Op deze pagina, Nederlandse basisgrammatica online 2 :

- negatie: ontkennen in het Nederlands, wanneer gebruik je "geen" en wanneer "niet"?

- dingen die voorbij zijn: hoe klinkt de voltooid verleden tijd (perfectum) in het Nederlands,

- doorgaans heeft het adjectief een e maar wanneer niet?

- modale hulpwerkwoorden. Wanneer een infinitief op het einde van de zin?

- aanvullingen basisstructuur Nederlandse zin. Wat staat altijd op plaats 2?


Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

  Basisgrammatica van het Nederlands: ontkennen, wanneer gebruik je "geen"?

 

Heb je een bedrijfswagen? Neen, ik heb geen bedrijfswagen.  Hebben jullie bedrijfswagens? Nee, wij hebben geen bedrijfswagens.

Heb je een woning gevonden? Neen, ik heb geen woning gevonden.

Hebt u een Duitse krant? Neen, wij hebben geen Duitse krant. Hebt u Duitse kranten? Neen, wij hebben geen Duitse kranten.

Hebt u appelen? Neen, we hebben geen appelen.

Is er bier? Neen, er is geen bier.

Hebben ze TV gekeken? Neen, ze hebben geen TV gekeken.

Hebben jullie een zoon? Neen, we hebben geen zoon. Hebben jullie kinderen? Neen, we hebben geen kinderen.

Ik heb geen 20€.  Kareltje is nog geen 3 jaar oud. Brussel-Leuven? Dat is geen 30 km ver.



Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Basisgrammatica van het Nederlands: ontkennen, wanneer gebruik je "niet"?


Heb ik de trein gemist? Neen, ik heb de trein niet gemist.

Heb jij het bier gedronken? Neen ik heb het bier niet gedronken.

Zijn dat je broers? Neen, dat zijn mijn broers niet.

Is dat Karin? Neen, Dat is Karin niet.

 

Woon jij in de stad? Neen ik woon niet in de stad, ik woon buiten.

Ga je naar de bioscoop? Neen ik ga niet naar de bioscoop.

Het is tijd, kom uit je bad! Neen, ik kom niet uit mijn bad!

   

Dat is niet mooi van je!

Zoiets gebeurt niet dikwijls.

6 uur is niet vroeg.

Heb ik het gras gemaaid? Neen, ik heb het gras niet gemaaid.

Heeft zij de kranten gelezen? Neen, ze heeft de kranten niet gelezen.

Is Karin Jan zijn zus? Neen, Karin is Jan zijn zus niet, Lydie is zijn zus.

Is Jan  onze nieuwe inspecteur? Neen, Jan is onze nieuwe inspecteur niet

 

Zit Jan op de bus? Neen, Jan zit niet op de bus.

Gaan jullie met vakantie? Neen, wij gaan niet met vakantie.

Speelt haar broer met Jan? Neen, haar broer wil niet met Jan spelen.

 

Die resultaten zien er niet goed uit.

Het weer is niet slecht.

Hij vindt paella niet lekker.


Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Nederlandse spraakkunst voor anderstaligen NT2, regelmatige voltooid verleden tijd (perfectum):

Werken = werk* + en  >  Ik heb ge + werk + t  ; 

Schaatsen = schaats* + en > Ik heb ge + schaats + t  ; 

Wachten = wacht* +en > ik heb ge + wacht.

* de laatste letter van de stam is een scherpe consonant cfr: 't k o f s ch i p

Wandelen = wandel +en  >  Je hebt ge + wandel + d


We hebben gisterenmorgen hard gewerkt.        

Vroeger heb ik veel geschaatst.

Mijn man heeft me een weekendje Praag beloofd.

We hebben tijdens de vakantie veel in de bergen gewandeld.

Gisteren heeft mijn man het eten gemaakt. Hij heeft lekker gekookt.

We hebben in de regen op de bus gewacht.


Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Perfectum voor werkwooren met prefix be-, ver-, her-, of ont-.

Betalen = be + ta(a)l + en >  Ik heb be + taal + d    Ik heb gisteren het etentje betaald.

Vertellen = ver + tell + en  >  Ik heb ver + tel + Je hebt vanavond je kinderen een verhaaltje verteld. Heb je ze zondag ook een sprookje verteld?

Herhalen = her + ha(a)l + en  >  Ik heb her + haal + d   Zij heeft haar lessen goed herhaald.

Ontmoeten = ont + moet + en  >  Ik heb ont + moet   Wij hebben vorige maand haar ouders ontmoet


Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Basisgrammatica Nederlands. Praten over dingen die voorbij zijn: perfectum van de meest frequente onregelmatige werkwoorden: normaal gebruik je 'hebben' als hulpwerkwoord, maar wanneer gebruik je 'zijn'?


Hebben: Ik heb tot 4 uur les gehad.

Drinken: Ik heb vrijdag teveel gedronken.

Doen: Wat heb je tijdens je vakantie gedaan?

Lezen: Hebt u dat artikel ook gelezen?

Eten: Hij heeft op restaurant geen vlees of vis gegeten.

Kopen: Zij heeft voor haar vriend een leuk boek gekocht.

Schrijven: We hebben uit Lissabon naar heel de familie kaartjes geschreven.

Kijken: Jullie hebben tot laat in de nacht televisie gekeken.

Zien: Zij hebben niets gehoord en niets gezien.

Vinden: Ik heb mijn sleutels niet gevonden.

Nemen: Je hebt dus tram 5 genomen?

Krijgen: Het heeft voor zijn verjaardag geen pop gekregen.

Laten: Je hebt je laptop hier gelaten.

Weten: Maar, dat heb ik nooit geweten!

Zijn: Ik ben tijdens het weekend naar Leuven geweest.

Blijven: We zijn dit weekend niet thuis gebleven.

Komen: Ik ben door die opstopping te laat gekomen.

Gaan: Om 4 uur zijn ze gegaan.

Vertrekken: Ook jan is dan vertrokken.

Rijden: Ben je niet met de fiets naar Leuven gereden?

Veranderen: Onze oudste dochter is erg veranderd.

Worden: De kinderen zijn groot geworden.

Vallen: Jan is niet van zijn fiets gevallen.

Vergeten: Ik ben mijn handtas niet op kantoor vergeten.

Sterven: Opa is op zijn 85ste gestorven.

Geboren (worden): Joris is om 4 uur ‘s morgens geboren.


Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Online grammatica Nederlands: Normaal heeft het adjectief, = bijvoeglijk naamwoord, een e op het einde, maar wanneer niet?

Pinokio heeft een lange neus en een guitige blik. Die guitige blik en die lange neus hebben alle Pinokio's.

De boze heks woont in een zwart kasteel midden in een groot donker bos. Dat zwarte kasteel en dat grote donkere bos, daar wonen boze heksen graag.

Alle Pinokio’s hebben zwarte haren en lange neuzen.

Sommige boze heksen wonen niet in zwarte kastelen midden in grote donkere bossen.

Jan heeft een mooie wagen en een leuke job. Die mooie wagen en die leuke job zijn voor Jan belangrijk.

Mooie wagens en leuke jobs zijn een prettige combinatie.

Pinokio is een houten jongetje. Zijn armen en benen zijn met metalen schroeven vastgemaakt. Zijn ontvoerder heeft een gouden horloge en eet aan een marmeren tafel. Dat zilveren bestek en dit bronzen beeld heeft hij gestolen.

 


Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Nederlandse basisspraakkunst: modale hulpwerkwoorden, vanwaar dat infinitief op het einde van een Nederlandse zin?

Ik ga morgen met mijn vrouw winkelen.

Jij gaat na je werk boodschappen doen.

Lies gaat in de bar een pintje drinken.


Om 10u ’s avonds gaan we slapen.

Gaan jullie vanavond bij de Griek eten?

Ze gaan volgend jaar in Amerika bergwandelen.

 

Ik kan niet goed zwemmen.

Dus, je kan morgen niet komen?

Jan kan er overmorgen ook niet zijn.


We kunnen die vergadering beter uitstellen.

Daar kunnen je staat op maken.

Jullie kunnen in de gastenkamer overnachten.

Ik moet morgen om 5 uur opstaan.

Moet je echt al zo vroeg vertrekken?

Zij moet meer haar best doen.


We moeten onze omzet dringend verhogen.

Jullie moeten de Mexicaanse griep bestrijden.

Zij moeten daarover niet zo druk doen.



Ik mag van de dokter geen alcohol drinken.

Je mag niet over het Belgische weer  klagen.

Hij mag van zijn vrouw niet alleen uitgaan.


We mogen van geluk spreken.

Jullie mogen bij tante Truus logeren.

Ze mogen nog maar 3 keer proberen.

Ik wil dat dossier nog snel afwerken.

Wil je dat probleem even voor mij oplossen?

Zij wil met babysitten meer zakgeld verdienen.


We willen meer thuis werken.

Willen jullie het rustiger aan doen?

De kinderen willen walkietalkies kopen.

Zal ik dat even voor je klaren?

Zal je echt naar Nieuw-Zeeland verhuizen?

Jan zal je aan het station oppikken.


Zullen we in de stad gaan winkelen?

Jullie zullen niets vertellen!

Zij zullen naar Brussel verhuizen.


Nederlands leren in 1 week? Ja,dat kan!

Woordvolgorde van een Nederlandse zin.

Waar staat het vervoegde deel van het werkwoord? Wanneer komt het vervoegd werkwoord eerst?

Waar komt het subject? Wat vind je aan het einde van de zin?


Karel gaat volgende week met vakantie.

Volgende week gaat Karel met vakantie.

De kinderen logeren volgende week bij hun vriendjes.

Volgende week logeren de kinderen bij hun vriendjes.

Vroeger heb ik veel op de grachten  geschaatst.

Je hebt vanavond je kinderen een mooi verhaaltje verteld.

Zij heeft vrijdag veel teveel wijn  gedronken.

Wat hebben jullie tijdens de zomervakantie gedaan?

We hebben tijdens onze zomervakantie boeken gelezen.

Volgend jaar gaan ze in het Rotsgebergte in Amerika bergwandelen.

Jan kan er overmorgen ook niet zijn.

Waar kan hij overmorgen niet zijn?

Moet je echt al zo vroeg 's morgens vertrekken?

Willen jullie het rustiger aan doen?


Je hoogopgeleide baas, collega, vriend of partner, of jij zelf, leert in 1 intensieve cursusweek Nederlands of 3 weekends met volledige onderdompeling in het Nederlands en intensieve persoonlijke begeleiding evenveel Nederlands als tijdens 1 jaar avondcursus of groepsonderwijs.

2 Niveaus verder volgens het Europese referentiekader taalvaardigheid kan bij ons in ťťn week intensieve privťcursus Nederlands.


Persoonlijk aangepaste privť lessen. Volledige onderdompeling in het Nederlands.  Nadruk op gesproken Nederlands begrijpen en vlot Nederlands leren spreken. Boeiende gespreksthema's die jezelf en je situatie betreffen zijn noodzakelijke ingrediŽnten voor een efficiŽnte intensieve privťcursus  Nederlands op maat die boeit en motiveert.

Dan wil je je ervaring, mening, opinie, meedelen, je vragen stellen, je ideeŽn uitwisselen.


Als je in het Nederlands wil communiceren over wat je aanspreekt, boeit en bezig houdt, wil je zo snel mogelijk Nederlands leren.

Vocabulaire, correcte uitspraak en zinsconstructie gaan er dan vanzelf in.

Ze zijn geen doel meer maar middel tot uitwisseling, gesprek, dialoog, elkaar leren kennen en van ideeŽn wisselen.

Je krijgt intensieve persoonlijke themagecentreerde begeleiding, je tempo wordt gerespecteerd, gespreksthema's zijn jouw thema's.

Tijdens zo'n intensieve privť-cursus Nederlands leer je van in het begin in het Nederlands denken, Zonder die tijdrovende omweg over vertaling waardoor je nog maar halfweg bent als je gesprekspartner zijn zin al af heeft.

En, tijdens pauzes, middag- en avondmaal is er extra gelegenheid tot ongedwongen conversatie in het Nederlands met je privť leraar en boeiende mensen uit het plaatselijk sociocultureel milieu.

Je leert niet alleen Nederlands, je leert de Nederlandstalige mentaliteit kennen van binnen uit, door natuurlijke ongedwongen gesprekken over mensen en de samenleving in Vlaanderen en Nederland, over onze gewoonten, waarden en thema's, wat ons nauw aan het hart ligt, hoe we zijn.


Tijdens zo'n intensieve privť-week Nederlands leert je baas, collega, vriend of partner niet alleen Nederlands, hij of zij leert ook onze sociale grammatica: gebruiken, gewoonten en omgangsregels.