Europees Referentiekader
Taalvaardigheid
Met dit Europees
referentiekader
kan je het niveau van je eigen kennis van het
Nederlands
of die van je baas,
collega, vriend of partner, ... vaststellen.
navigatiepagina
|
Contact Richard?
klik hier
of bel
+32 60 456 497
|
Het Europees Referentiekader
Taalvaardigheid gaat uit van hoe je ook je moedertaal leert.
Eerst leer je over
dichtbije dingen praten, over gebeurtenissen en ervaringen hier
en nu, pas daarna over dingen, gebeurtenissen en ervaringen
verderaf.
Taal leren, is leren
communiceren, eerst gesproken, pas later schriftelijk.
Je taalvaardigheid groeit
uiteraard met je mee van de ene
levensfase naar de volgende:
Eerst huis-, tuin- en
keukentaal,
later over kleuter- en
basisschooltijd, kameraadschap,
over pubertijd en
adolescentie, vrije tijdsbesteding, hobby's, vriendschap en
liefde,
over levensdroom, studie,
interessegebieden, werk, carrière, samenleving en maatschappij.
over engagement, zelf een
gezin stichten en kinderen opvoeden,
over existentiële
levensthema's als ziekte, lijden, ouder worden en dood naarmate die opduiken in
je leven.
Tegelijk leer je eerst
eenvoudige en pas later complexere zinnen gebruiken, eerst
eenvoudig, later meer precies nuanceren wat je waarneemt,
ervaart, wil of bedoelt. |
 |